Voorbeeldregels

 
1. Iedereen hoort erbij
2. Pas op je woorden
3. Fouten maken mag
4. Laat weten waar je bent
5. Wees zuinig en netjes
6. Veiligheid en vertrouwdheid eerst
7. Doe je best

 

1. Iedereen hoort erbij

• We accepteren en respecteren elkaar.
• We leren de kinderen hoe je omgaat met gedrag dat geen respect verdient.
• We groeten elkaar aan het begin en einde van de dag.
• We accepteren geen pestgedrag. We laten zien hoe het wel kan.
• Alle kinderen en volwassenen zijn gelijkwaardig. We zijn niet gelijk aan elkaar! Dat heeft te maken met onze verantwoordelijkheid als volwassenen en opvoeders/leerkrachten van de kinderen. De manier waarop we met elkaar omgaan is daar een weerspiegeling van.
• We leren elkaar op een goede wijze met negatieve gevoelens om te gaan.

 

2. Pas op je woorden

• We noemen elkaar bij de voornaam. Bij de leerkrachten zeggen we bij die naam ook juf of meester.
• Volwassenen spreken de kinderen aan zoals ze zelf willen worden aangesproken. Dat geldt ook voor kinderen onderling en naar volwassenen toe.
• We maken geen seksueel getinte opmerkingen of grapjes.
• Grof taalgebruik past niet op onze school.
• Bepaalde kleding en uiterlijk zijn geen aanleiding tot rare opmerkingen.
• We nemen de leerling die zijn zelfbeheersing verliest tegen zichzelf in bescherming.
• Bij pesten heeft iedereen hulp nodig. Dat geldt voor de gepeste, de pester, de toekijker en andere betrokkenen.

 

3. Fouten maken mag

• We maken allemaal wel eens een fout. Dat geven we ook toe.
• Excuses maken kun je leren.
• Afspreken = aanspreken. We spreken elkaar aan op onacceptabel gedrag.
• Afspraak is afspraak! Maak het waar!
• Eerlijk duurt het langst.

 

4. Laat weten waar je bent

• We zetten een leerling als ordemaatregel niet op de gang. De leerling is dan alleen, we weten niet wat er gebeurt. (Zonodig kan een leerling afkoelen bij een collega in de groep of bij de Ib-er of directie.)
• Leerkracht en leerling bevinden zich na schooltijd niet samen in een afgesloten ruimte. De deur is altijd open. Iedereen is zichtbaar.
• Leerkrachten bezoeken leerlingen alleen vanwege de door school afgesproken regeling voor huisbezoeken.
• Leerkrachten nodigen geen kinderen bij zich thuis uit.
• Contacten tussen leerkrachten en leerlingen zijn alleen professioneel. Na schooltijd vermijden we privé-contacten, ook via de mail of Internet.
• Als je de school verlaat onder schooltijd, vanwege een activiteit, laat dan weten waar je bent.

 

5. Wees zuinig en netjes

• We zijn zuinig op de school, op de spullen van school en op die van onszelf en de ander.
• We ruimen onze spullen, na gebruik, goed op.
• Als we iets willen lenen, vragen we dat eerst.
• Wat we lenen geven we terug.
• We laten elkaars spullen heel.
• We helpen elkaar bij het opruimen van de klas, of de school. Een klassendienst duurt maximaal 15 minuten.
• We zorgen goed voor de omgeving van de school.

 

6. Veiligheid en vertrouwdheid eerst

• We vertellen, als dat nodig is, hoe we ons voelen en wat dat betekent voor ons gedrag.
• We helpen kinderen hun gevoel onder woorden te brengen.
• We vertrouwen de kinderen en elkaar.
• We corrigeren ongewenst gedrag op rustige toon en benoemen daarbij gewenst gedrag.
• Ieder kind/mens heeft zijn eigen karakter. We accepteren niet alle gedragingen die daarbij horen.
• Kinderen kunnen met alles bij de leerkracht terecht, ook met nare geheimen, al zegt iemand anders dat dit niet mag.
• We leren kinderen grenzen aan te geven en die grenzen te respecteren.
• We zorgen regelmatig voor een gezellig moment in de klas.
• Alleen kinderen in de kleutergroepen nemen we op schoot.
• Een aai over de bol kan. We houden daarbij rekening met de wensen en gevoelens van kinderen.
• Leerkrachten zoenen kinderen niet. Ook vragen ze niet om een zoen. Een officiële gelegenheid kan een uitzondering vormen. Wanneer een kind een leerkracht wil kussen, laten we dat in de onderbouw toe.
• Lichamelijke straffen zijn uit den boze. Dat geldt ook voor een lichte tik, of knijpen in de arm.
• Lichaamscontact is niet nodig, maar soms onvermijdelijk. (kleutergroepen, gymnastieklessen). We houden rekening met de gevoelens en wensen van kinderen.
• We leren kinderen uit te spreken dat ze iets niet willen met de woorden: stop, hou op, of nee, dat wil ik niet.

 

7. Doe je best

• Er zijn regels in de school en de klas. Die volgen we na.
• Er zijn regels voor het spelen op het plein. Die volgen we na.
• We helpen elkaar als het moeilijk gaat.